Gezonde leefstijl houdt dementie niet op afstand

9 augustus 2016 | Door: Simone Stokx

Wanneer mensen een gezonde leefstijl hebben, betekend dit niet dat zij de kans op dementie kunnen verkleinen. Er is een grootschalig onderzoek in Nederland geweest wat dit kan bevestigen. Ook al zorg je goed voor je hart en bloedvaten, je hebt net zo’n grote kans op dementie als ouderen die dit niet doen.

Internationale wetenschappers constateerden de afgelopen jaren steeds opnieuw dat het aantal gevallen van dementie minder snel stijgt dan voorspeld en wezen de beschermende maatregelen tegen hart- en vaatziekten daarvoor aan. Doordat ouderen vaker medicijnen slikken tegen een hoge bloeddruk en een te hoog cholesterolpeil, zouden zij de aanvoerroutes naar hun hoofd schoner houden, iets wat scheelt in het verval.

Het bewijs voor de stelling moest komen uit een onderzoek, waarbij ouderen in twee groepen worden verdeeld en lang worden gevolgd. Het AMC besloot tien jaar geleden om zo'n studie op te zetten. Ruim 3.500 ouderen, verdeeld over 116 huisartsenpraktijken, deden mee. Na loting kreeg de helft een praktijkondersteuner toegewezen, die iedere vier maanden een vaatspreekuur hield. De ouderen werden daar uitgebreid gecontroleerd. Hun bloeddruk en cholesterol werden in de gaten gehouden, ze kregen dieettips, werden gestimuleerd om te bewegen en konden begeleiding krijgen bij het stoppen met roken. De andere helft van de deelnemers kreeg de standaard zorg van de huisarts.

Na ruim zes jaar was in de groep met de extra vaatzorg 6,5 procent van de ouderen dement geworden, tegenover 7 procent in de groep zonder begeleiding. Dat verschil was niet significant en kan dus op toeval berusten. Een tegenvallend resultaat, erkent onderzoeksleider Pim van Gool, hoogleraar neurologie in het AMC. 'Dit was niet waarop we hadden gehoopt.'

De tegenvaller valt te verklaren, zegt hij. De ouderen bleken bij nader inzien relatief gezond waardoor er weinig winst te behalen viel. Bovendien is de standaardzorg in de westerse wereld van zulk hoog niveau, aldus Van Gool, dat extra aandacht voor hart en bloedvaten blijkbaar niet veel oplevert. Zo daalde ook bij de deelnemers die geen vaatspreekuur bezochten de bloeddruk, simpelweg doordat de huisarts hen in de gaten hield. Mogelijk is een vaatspreekuur wel efficiënt in landen waar de zorg minder goed is, zegt hij.

'Jammer dat de resultaten negatief zijn', reageert hoogleraar ouderengeneeskunde Rudi Westendorp, die niet bij de studie betrokken was. Toch is er geen reden om het mogelijke verband tussen gezonde bloedvaten en dementie nu terzijde te schuiven, vindt hij. Het onderzoek werd gedaan onder 70-plussers en dan kan ingrijpen weleens te laat zijn, vermoedt hij.

Kennelijk waren de praktijkondersteuners niet erg doeltreffend met hun vaatspreekuur, merkt Westendorp op, na bestudering van de cijfers. De ouderen die naar het spreekuur kwamen, raakten niet veel meer kilo's kwijt, gingen niet meer bewegen en stopten niet veel vaker met roken dan de deelnemers in de controlegroep. 'Er werd alleen een enkel visje meer gegeten en de bloeddruk was ietsje beter.'

 

Van Gool blijft optimistisch. Na analyse van de onderzoeksresultaten werd duidelijk dat er een groep was die wél profiteerde: de ouderen die bij aanvang van de studie een te hoge bloeddruk hadden en daarvoor nog geen medicijnen slikten. Bij de deelnemers die daarvoor werden behandeld, daalde de kans op dementie wel enigszins. 'Daarmee is de boodschap toch een beetje bevestigd', zegt hij.

Copyright 2016 artemisgroep.nl | All rights Reserved | artemisgroep.nl

KvK: 61006475 | IBAN: NL72 ABNA 0504 9581 78

Powered by Wallbrink Crossmedia Groep